Dit boek is geheel gewijd aan de wintertaferelen van Pieter Bruegel de Oude, waaronder het Winterlandschap met schaatsers en vogelknip (1565) en de Volkstelling te Betlehem (1566), beide in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Interdisciplinair onderzoek en hedendaagse wetenschappelijke methoden hebben geleid tot nieuwe inzichten over deze meesterwerken van de Vlaamse renaissance. Na te hebben onderzocht hoe deze en andere schilderijen van Bruegel in de loop van de eeuwen werden gezien en begrepen, buigen de auteurs zich vooral over de vraag in hoeverre zijn wintertaferelen de historische werkelijkheid weerspiegelen. Was het Bruegels bedoeling reële situaties weer te geven? Beschreef hij de benarde toestand van de plaatselijke bevolking, die erg te lijden had onder de strenge winters? Verwijst de Volkstelling naar een historisch conflict met het centrale gezag, zoals lange tijd is aangenomen?

Een compleet nieuwe interpretatie van de Volkstelling en een verduidelijking van Bruegels rol als schilder van de stedelijke elite zijn slechts een paar van de resultaten waartoe het recente onderzoek heeft geleid. Met zijn vele schitterende illustraties is Bruegels wintertaferelen tevens een eerbetoon aan deze wereldberoemde werken.

Onder redactie van Tine Luk Meganck en Sabine van Sprang.

Sabine van Sprang en Tine Luk Meganck zijn respectievelijk als conservator en als onderzoekster verbonden aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België.