De publicatie van dit boek, 20 jaar na een eerste in 1995 verschenen biografie (Khnopff ou L’ambigu poétique, crédit Communal-Flammarion), zal worden gecombineerd met een aan Khnopff gewijd retrospectief in het Petit Palais in Parijs vanaf 9 december 2018.

Het boek leidt ons door de atelierwoning die Khnopff in 1902 in dienst stelt van zijn werk. Deze rondleiding voert langs de verschillende in het boek behandelde thema’s gebaseerd op oorspronkelijk onderzoek, dat inzicht biedt in de bijzondere persoonlijkheid van Khnopff en in zijn techniek, waarin de schilder- en tekenkunst zijn persoonlijke expressiemiddel is en de fotografie een middel om vat te krijgen op de werkelijkheid.

De lezer wordt meegevoerd langs de verschillende kunstwerken – landschappen, portretten, stillevens – waarbij deze worden geplaatst worden in de context van hun ontstaan en vergeleken met de werken van kunstenaars als Whistler en Burne-Jones. Stap voor stap betreedt de lezer het universum van Khnopff.

Deze werken die op het eerste gezicht toegankelijk lijken, refereren aan een hermetisch literaire stijl. Khnopff liet zich enerzijds inspireren door de schrijvers van het fin de siècle (Peladan, Verhaeren, Mallarmé, Rossetti…), en anderzijds ontwikkelt hij in zijn esoterische onderwerpen een iconografisch narratief dat niet gemakkelijk te duiden is. Zo combineert hij een metafysisch beeld over de verhouding tot tijd en stilte met religieuze motieven.

Deze esthetiek die heeft geleid tot “hermetische” meesterwerken als I Lock my Door upon Myself, Over de Stilte, Een blauwe Vleugel of Liefkozingen, verleent Khnopff een internationale reputatie binnen de Secessionisten, een beweging die aan het einde van de eeuw Europa verovert. Zijn werk wordt in Londen tentoongesteld en in Wenen, waar hij van grote invloed is op het werk van Klimt. De creatieve samenwerking van Klimt en Khnopff vindt haar synthese in hun gezamenlijke bijdrage aan het Stocletpaleis, een totaalkunstwerk in het spoor van de architectuur van Hoffmann.

Michel Draguet is professor kunstgeschiedenis en archeologie aan de Université Libre de Bruxelles en algemeen directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Hij is eveneens lid van de Koninklijke Academie voor Oudheidkunde van België.