De Italiaanse kunstenaar Giorgio Griffa (1936, Turijn) citeert graag uit de geschiedenis van de kunst en de figuratie in zijn werken, maar hij brengt er een vrije herinterpretatie van door de procedés van parafrase, synthese en transgressie achterwege te laten. Alles wil hij zien, de Grotte Chauvet, Matisse, Uccello, Klee, Klein, Pollock, Beuys, hij meet zich met de verpletterende geschiedenis van de Italiaanse kunst, hij  neemt het op tegen de naoorlogse maatschappelijke en artistieke context in Turijn. Zijn oeuvre zet zich af tegen imitatie, praatjes, de westerse dominantie en elke idee van vooruitgang: het wil droombeelden laten zien.

Griffa’s lijnen en kleuren sommeren de toeschouwer om een zinnelijke energie die zich in een nieuwe temporaliteit ontplooit recht in de ogen te kijken. Het ritme van de vormen-tekens gecombineerd met de verscheidenheid van de cycli, geeft energie aan een realiteit die niet gewoon wordt eengemaakt binnen de tegenwoordige tijd van de aanschouwing, maar die uitdijt naarmate ze sterker wordt beleefd.

Als Griffa ook graag met schrifttekens werkt, dan is dat niet om betekenis toe te voegen, laat staan die te onthullen. De taal dient hier niet om de vormen te expliciteren maar drukt eenzelfde verlangen uit om het onzichtbare te laten zien en het onuitsprekelijke uit te spreken.

Giorgio Griffa ontmoeten, dat is de schilderkunst ontmoeten, op zoek gaan naar de materie, het gebaar en het schrift door de eeuwen heen. Zijn metafysische beleving van het geheugen, intiem en collectief, drukt al evenzeer de eindeloosheid als de eindigheid van de wereld uit.

Catalogus bij de tentoonstelling in het Musée des Beaux Arts de Chambéry, Frankrijk, 22/10/2021-13/03/2022