De surrealistische beweging in België wordt vaak geassocieerd met figuren als René Magritte en Paul Delvaux. Het surrealisme werd echter door veel meer originele, relatief onbekende en onderschatte kunstenaars gesteund en beleden. Figuren als Paul Nougé, Marcel Mariën of Tom Gutt, om maar enkelen te noemen, waren vertegenwoordigers van drie generaties van het veelkleurige Belgische surrealisme.
In Brussel ontstond in 1924 onder leiding van dichter Paul Nougé, bijna parallel met de beweging in Parijs van André Breton, een levendige, niet minder subversieve of politieke surrealistische activiteit. Magritte en Nougé willen de wereld bestormen en hervormen. Ze beginnen met essentiële zaken als de structuren van de taal en van de verbeelding.
Een andere groep ontstond tien jaar later in Henegouwen. Achille Chavée en Fernand Dumont waren minder uit op erkenning van Breton. Maar de samenwerking met de Brusselse surrealisten was er niet minder talrijk en vruchtbaar door. De beweging in België werd één van meest opvallende van de wereld.

Surrealisme in België is een vervolg en een vervollediging van het overzicht van Marcel Mariën uit 1979, ‘L’activité surréaliste en Belgique 1924-1950’ en bespreekt ook kunstenaars uit de tweede helft van de 20ste eeuw. Aan de hand van talrijke illustraties en publicaties, tijdschriften, tractaten en vaak onuitgegeven brieven, vertelt dit boek het meest complete verhaal van de beweging die de belangrijkste kunststroming in het 20ste-eeuwse België is.

Xavier Canonne is kunsthistoricus en sinds 2000 directeur van het Musée de la Photographie de Charleroi. Hij heeft verschillende publicaties over het Belgisch surrealisme op zijn naam staan.