Leo Dohmen (1929-1999) was samen met Raoul Ubac et Marcel Lefrancq een van de weinige vertegenwoordigers van de surrealistische fotografie in België. Hij was een legendarische figuur in het naoorlogse Antwerpse artistieke milieu. Vanwege zijn tumultueuze en flamboyante levensstijl werd hij door zijn vrienden bedacht met de bijnaam de Piraat. Dohmen was een man van zeven stielen: ingenieur en chemicus bij Agfa Gevaert en Esso, barman van een clandestiene nachtclub, kunsthandelaar en galerijhouder en vooral fotograaf. In zijn surrealistische fotos, collages en assemblages was hij voortdurend op zoek naar een schokeffect, dat hij bereikte door het samenbrengen van bevreemdende elementen die een poëtische vonk doen oplichten. Hij liet zich inspireren door Marcel Duchamp en Man Ray, die hij vaak ontmoette. In 1959 werkte mee hij aan de schandaalfilm Limitation du Cinéma van zijn eeuwige medeplichtige Marcel Mariën. Samen met Mariën maakte hij eveneens de fotomontage voor het vermaarde pamflet Grande Baisse (1962), waarin de spot gedreven werd met het succes van René Magritte. Tien jaar na zijn dood brengt het boek een volledig overzicht van zijn werk, aangevuld met talrijke documenten die een goed beeld geven van zijn bewogen leven.

Begeleidt de gelijknamige tentoonstelling in het Fotomuseum Charleroi (19 september 2009 – 17 januari 2010).