Leonardo da Vincis picturale activiteit wordt soms naar de achtergrond geduwd door zijn reputatie als uitvinder en wetenschapper, zijn complexe persoonlijkheid en zijn veelzijdige creativiteit. Deze catalogus focust op de cruciale jaren 1480 en 1490. Da Vinci werkte toen als hofschilder voor hertog Ludovico Sforza in de stadstaat Milaan. Voordien had hij in de commercieel ingestelde Florentijnse Republiek zelf voor zijn inkomen moeten zorgen. Die druk viel nu van hem af. Geen wonder dat hij hier enkele van de beroemdste en meest invloedrijke werken uit zijn hele carrière schilderde. Met Het Laatste Avondmaal, zijn twee versies van de Madonna in de grot en De dame met de hermelijn, het prachtige portret van Cecilia Gallerani, Ludovicos maîtresse, bood hij zijn tijdgenoten een nieuwe picturale standaard. Medewerkers en navolgers verhieven zijn stijl tot het visuele idioom van het Milanese bewind. Toen hij in 1500 naar Florence terugkeerde, genoot hij een heel andere status dan toen hij in 1482 de stad verliet.

Luke Syson is curator Italiaanse schilderkunst van vóór 1500 en onderzoekshoofd in de National Gallery in Londen. Hij is de auteur van Renaissance Siena: Art for a City en de co-auteur van Pisanello: Painter to the Renaissance Court en Objects of Virtue: Art in Renaissance Italy.

Larry Keith is directeur conservatie in de National Gallery in Londen; Minna Moore Ede is assistent-curator (renaissanceschilderkunst) en Arturo Galansino en Per Rumberg zijn inhoudelijk assistent aan dezelfde instelling. Antonio Mazzotta was vroeger in laatstgenoemde functie aan de National Gallery verbonden. Scott Nethersole doceert renaissancekunst aan The Courtauld Institute.