In het boek “Modernisme: Belgische abstracte kunst en Europa (1912-1930)” wordt de Belgische historische avant-garde omstreeks 1920 voor het eerst in een breder Europees perspectief geplaatst. Niet alleen vonden protagonisten als Jules Schmalzigaug, Georges Vantongerloo en Marthe Donas onmiddellijk aansluiting met het Italiaanse futurisme, de Nieuwe Beelding en het postkubisme, vanaf 1920 gingen Karel Maes, Jozef Peeters en Victor Servranckx een belangrijke plaats in het Europese constructivisme bekleden. Het streven naar een gemeenschapskunst bleef niet beperkt tot de beeldende kunst. In de architectuur en de toegepaste kunst, maar ook in de literatuur, muziek en de podiumkunsten zijn daarvan sporen terug te vinden. Ook de Belgische fotografie en de film was een refl ectie op het internationale modernisme. In dit boek worden de Belgische vroegste abstracten voor het eerst geconfronteerd met gelijkgestemde buitenlandse kunstenaars als Fernand Léger, László Moholy-Nagy, Kurt Schwitters en Theo van Doesburg.

Onder leiding van dr. Johan De Smet, conservator schilderkunst in het
Museum voor Schone Kunsten Gent, gaat een groep binnen- en buitenlandse
specialisten op zoek naar de eigenheid van het Belgische modernisme.
Johan De Smet is conservator schilderkunst in het Museum voor Schone Kunsten Gent.