Naga.La beauté de l’effroi is een hoogst origineel werk dat ons laat kennismaken met een maatschappij die, aan de grenzen van India en Birma, lange tijd onbekend is gebleven, afgesloten van de rest van de wereld. Door haar landschap kon deze maatschappij ontsnappen aan de belangrijkste beschavingsbewegingen en ontwikkelde ze een eigen cultuur die, in functie van de contacten met naburige culturen, een trage evolutie kende tot ze geleidelijk door het Britse Rijk werd opgeslorpt.

Het werk bestaat uit twee elkaar aanvullende delen. Het eerste benadert deze cultuur via de studie van haar maatschappelijke organisatie enerzijds en van het geheel van riten en geloofsopvattingen die in grote mate steunen op de economie van de levensenergie anderzijds. In die context bepalen het “koppensnellen” en de feesten voor religieuze verdienste niet alleen de socioculturele structuur van de verschillende Naga-volksgroepen, maar ook de hoogwaardige sieraden en versieringen die ze dragen. 

Dit aspect komt aan bod in het tweede deel van het werk, dat vertrekt vanuit een verkenning van de collectie van Anne-Marie Gillion-Crowet. Het essay van Michel Draguet stapt af van een hoofdzakelijk antropologische literatuur en benadrukt de artistieke kwaliteit van de artefacten, als kunstwerken die de culturele en maatschappelijke waarden van de verschillende Naga-volksgroepen uitdrukken.

Dit boek behandelt de elementen die deze cultuur vormgeven en neemt de lezer ook mee op een ontdekkingstocht naar de werken waaruit deze uitzonderlijk hoogstaande collectie bestaat. Elk object wordt niet alleen in zijn specifieke gebruikscontext geplaatst maar wordt ook benaderd als een werk op zichzelf dat een volledig wereldbeeld samenvat. Door reproducties van alle stukken aan oude foto’s te koppelen, wordt dit boek een kunstvoorwerp dat de antropologische realiteit achter deze artefacten belicht, als uitingen van een cultuur die al even onbekend als boeiend is.