De traditionele kunstgeschiedenis groepeert kunstenaars en hun werken in stijlen, scholen, stromingen en bewegingen. Deze categorieën zijn nuttig als referentiekader, maar ze kunnen ten onrechte de indruk doen ontstaan dat de beeldende kunst zich overal gelijktijdig op een rechtlijnige manier ontwikkelt. Begrippen als impressionisme, neo-impressionisme en fauvisme zijn ook op de Belgische kunst van toepassing, maar het onderzoek van het licht en de ontdekking van de kleur verliepen hier anders dan in Frankrijk en leidden, door de combinatie van specifieke culturele en maatschappelijke factoren, tot een kunst met een eigen karakter.
De auteurs van dit boek, beiden gespecialiseerd in de Belgische kunst van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw, illustreren dit aan de hand van meesterwerken uit de Dexia collectie.

Johan De Smet is curator schilderkunst in het Museum voor Schone Kunsten Gent.
Herwig Todts is conservator in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.