In de 16e eeuw kwamen de Leuvense schilders via de grote Zuid-Nederlandse kunstcentra, Antwerpen en Brussel, in aanraking met nieuwe schilderstijlen. Daardoor ontstond een breuk met de 15e-eeuwse traditie die door Dieric Bouts was ingezet. De schilder Jan Rombouts, tot op heden bekend onder de naam Jan van Rillaer (14951568), speelde een voortrekkersrol in die ontwikkeling. Recent wetenschappelijk onderzoek naar deze kunstenaar leverde belangrijke ontdekkingen op, zowel over zijn persoon als over zijn oeuvre. In dit boek wordt Rombouts werk voor het eerst onder de aandacht gebracht.

Kunsthistorica Yvette Bruijnen heeft als specialisme de vroege Nederlandse kunst (15e17e eeuw) en is verbonden aan het kunsthistorisch onderzoeks- en tekstbureau Lelystad.
Marjan Debaene is wetenschappelijk medewerker aan het Museum M, Leuven. Joris Van Grieken is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België. Hij doet onderzoek naar de receptiegeschiedenisvan de oud-Nederlandse schilderkunst en naar de prentkunst in de Zuidelijke Nederlanden in de zestiende en zeventiende eeuw.
Joost Caen, pionier in de restauratie van glaskunst, is doctor in de Conservatie-Restauratie en doceert aan de Artesis Hogeschool Antwerpen.

Begeleidt de tentoonstelling in Museum M, Leuven (8 november 2012 17 februari 2013).