Na een artistieke opleiding in zijn geboortestad Gent vestigde Gustave Van de Woestyne zich in 1900 in Sint-Martens-Latem bij de Leie, waar een kunstenaarskolonie ontstond van dichters, schilders en beeldhouwers die naar een nieuwe en inhoudrijke kunst zochten. Vanuit zijn bewondering voor de techniek en de spiritualiteit van de oude Vlaamse meesters, kwam hij tot een heel eigen mystiek-religieus symbolisme. Hij werd een van de grote figuren van de eerste Latemse school. Na de Eerste Wereldoorlog evolueerde hij, door het contact met de moderne kunst, naar een gecompliceerde, soms wrange expressionistische stijl. Tegelijk beoefende hij een neorealistische schilderkunst waarin hij de moderne tendensen integreerde, met onder meer prachtige stillevens als resultaat.

In dit rijkelijk geïllustreerde boek treedt Gustave Van de Woestyne naar voren als een uiterst veelzijdig en origineel kunstenaar. Huguette Van de Woestyne-Vanagt, Robert Hoozee, Cathérine Verleysen en Piet Boyens belichten in hun bijdragen de vele facetten van zijn werk, gaande van zacht, poëtisch en mystiek, over krachtig en monumentaal, tot getourmenteerd en ironisch. Het catalogusgedeelte omvat negen hoofdstukken die elk een thema van het oeuvre behandelen. Gustave Van de Woestyne (18811947) krijgt hiermee eindelijk de status die hem toekomt als een van de belangrijkste Vlaamse kunstenaars van de twintigste eeuw.

Begeleidt de gelijknamige tentoonstelling in het Museum voor Schone Kunsten, Gent (27 maart27 juni 2010).