‘Tejas’, of “scheppende energie”, is een van de kernbegrippen in de kunst en religie van India. Het is Sanskriet en staat voor vuur, een van de vijf klassieke elementen. Het woord heeft tal van andere betekenissen als pracht, schittering, brille, licht, helderheid van de ogen, het vitaal vermogen, de waardigheid, geestelijk of moreel magisch vermogen of invloed, majesteit, heerlijkheid, autoriteit…

De samenstellers van het boek spitsen zich toe op de vele facetten van kosmische energie in India. Tejas is in alle domeinen terug te vinden: in de mythologie, filosofie, muziek, literatuur en de Indische beeldende kunst. Ze bepaalt de grote mythes en scheppingscycli. In India, Tejas is deze scheppingsevolutie te volgen, hoofdzakelijk aan de hand van bronzen en stenen sculpturen, van de 2e eeuw vóór Christus tot de 15e eeuw na Christus.